Menu
Home Tickets

Verhaal

SOLDAAT VAN ORANJE – DE MUSICAL

Als de Duitsers in 1940 Nederland binnenvallen, heeft de Leidse student Erik Hazelhoff Roelfzema met zijn vrienden een onbezorgd studentenleven. De dan ongeveer 23-jarige jongens realiseren zich als donderslag bij heldere hemel dat niets meer hetzelfde is. Vriendschap en liefde zijn niet langer vanzelfsprekend. De oorlog zet alles op zijn kop, alle verhoudingen staan op scherp. Iedereen moet zijn eigen keuzes maken…: Ga je vechten voor Vrijheid, Volk, Vaderland? Steek je je kop in het zand en studeer je door? Of kies je doelbewust voor de vijand?

Soldaat van Oranje – De Musical is gebaseerd op het waargebeurde verhaal van één van de grootste verzetsstrijders uit onze vaderlandse geschiedenis: Erik Hazelhoff Roelfzema. Aan het begin van de oorlog ontsnapt Erik naar Engeland van waaruit hij zendapparatuur naar Nederland smokkelt en als piloot betrokken is bij bombardementen op Duitsland. Hij wordt adjudant van Koningin Wilhelmina en ontvangt voor zijn verzetswerk al tijdens de oorlog de Militaire Willemsorde, de hoogste Koninklijke onderscheiding.

Soldaat van Oranje – De Musical ging op 30 oktober 2010 in première in een voor deze voorstelling gecreëerd theater. Het publiek beleeft de voorstelling, met inmiddels meer dan 3,3 miljoen bezoekers, in een 360 graden draaiende theaterzaal en wordt zo het waarachtige verhaal ingetrokken.

Sinds 31 december 2013 is Soldaat van Oranje – De Musical de langstlopende voorstelling uit de Nederlandse theatergeschiedenis en op 27 november 2015 heeft de productie ook het laatste te verbreken theaterrecord op haar naam gezet, de meeste bezoekers ooit!

Geschiedenis van Erik Hazelhoff Roelfzema

Wie het leven van Erik Hazelhoff Roelfzema in ogenschouw neemt, heeft al snel de neiging de hoofdpersoon te omschrijven als een held en een avonturier. Toch waren dat twee kwalificaties waar hij zelf helemaal niets van moest hebben, aldus zijn weduwe Karin Hazelhoff Roelfzema. “Hij handelde uit een enorm sterk ontwikkeld rechtvaardigheids- gevoel. Wanneer hij geconfronteerd werd met iets dat hem hevig tegen de borst stuitte, voelde hij dat hij geen andere keuze had dan er met hart en ziel tegenin te gaan. Voor hem was dat een vanzelfsprekendheid, geen heldendaad. Hij was er zich bovendien heel sterk van bewust dat hij in de oorlog niet de enige was geweest die zich verzet had. Voor de vraag waarom juist hij aan de oorlogstijd zo’n bekendheid overhield, had hij een eenvoudige verklaring: ‘Ik kon en wilde toevallig schrijven. Zij niet’.”

Het was dan ook geen zucht naar avontuur, dat hem dreef, stelt Karin Hazelhoff Roelfzema nadrukkelijk. Het was idealisme. “Waar hij zich ook in stortte, het was altijd met een heel vast omlijnd doel. Het zijn eigenschappen die hij volgens mij dankte aan zijn Indische verleden. Hij had daar al heel jong een weidse blik aan overgehouden. Hij zag alles in een breder perspectief, dan de leeftijdsgenoten die nooit buiten Nederland waren geweest. Het zal dan ook geen toeval zijn dat relatief veel andere Engelandvaarders wortels in Nederlands-Indië hadden.”

Erik Hazelhoff Roelfzema wordt op 3 april 1917 geboren in Soerabaja, op Java, als zoon van een welgestelde planter. In 1930 verhuist het gezin naar Nederland. Aanvankelijk wordt Den Haag als woonplaats gekozen, later Wassenaar. De jonge Erik geeft al vroeg blijk van zijn ondernemende geest. In 1938 vertrekt hij naar Amerika, waar hij liftend het land doorkruist. Zijn ervaringen vinden hun weg naar zijn debuut Rendez-vous in San Francisco. In 1939 en 1940 verslaat hij als journalist de zogenaamde Winteroorlog, de inval van Rusland in buurland Finland. Ondertussen pakken ook elders boven Europa de donkere wolken zich samen. Erik Hazelhoff Roelfzema lijkt daar in het begin niet onder gebukt te gaan. In de tweede helft van de jaren dertig heeft hij zich ingeschreven als rechten- student in Leiden en wordt hij lid van het Leidsch Studenten Corps (nu LSV Minerva). Erik geniet met volle teugen van alles – vriendinnen, feesten – wat het vrije studentenleven hem te bieden heeft. Wanneer Nazi Duitsland ons land in de meidagen van 1940 binnenvalt, wordt alles echter anders.

De hand van de bezetter lijkt even mild te zijn, maar al snel komen de duivelse intenties aan de oppervlakte. Ook in Leiden. Op de universiteit worden de Joodse medewerkers en studenten steeds meer in een isolement geplaatst. Samen met onder meer studiegenoot en medecorpslid Chris Krediet begint Erik Hazelhoff Roelfzema met heimelijke verzetsdaden. De maatregelen tegen de Joden, inspireren hem tot het schrijven van een vlammend vlugschrift: het Leids Manifest. Hij laat het op eigen kosten drukken en verspreidt het op 15 februari 1941 door de stad. De Duitse bezetter reageert furieus. De universiteit wordt enige tijd gesloten en Erik Hazelhoff Roelfzema duikt tijdelijk onder. In april wordt hij alsnog opgepakt door de Duitsers, omdat hij verdacht wordt van betrokkenheid bij een overval. Hij brengt een week door in het Oranjehotel, het beruchte huis van bewaring in Scheveningen. Na een week komt hij weer op vrije voeten. De gedachte heeft dan al bij hem postgevat dat hij elders, buiten Nederland, veel meer voor het verzet zou kunnen betekenen.

In 1941 studeert hij snel af. In juni van dat jaar monstert hij aan bij het Zwitserse schip St. Cergue om bezet Nederland te ontvluchten. Aan boord stuit hij op enkele bekenden: het corpslid Bob van der Stok, de latere schrijver van ‘Oorlogsvlieger van Oranje’, en Peter Tazelaar. Tijdens de vaart worden plannen gesmeed om vanuit Engeland het Nederlandse verzet te steunen.

In Londen wordt het kwartet, intussen uitgebreid met de ook overgekomen Chris Krediet, aanvankelijk koel ontvangen. Erik Hazelhoff Roelfzema verbaast zich hevig over de lamlendigheid die heerst onder een groot deel van de uitgeweken Nederlanders. Zelf kan hij juist niet wachten om de ondergrondse in Nederland te hulp te komen. Hij vindt een machtige bondgenoot in koningin Wilhelmina, van wie het hart gestolen wordt door het idealisme en de dadendrang van de jonge studenten. In die periode bloeit tussen Erik Hazelhoff Roelfzema en Prins Bernhard een warme vriendschap op die hen voor de rest van hun lange leven met elkaar zou verbinden. De vier vrienden stellen aan de Centrale Inlichtingen Dienst voor om een radionetwerk met bezet gebied op te zetten. Erik Hazelhoff Roelfzema steekt met zijn kompanen diverse keren de Noordzee over, om de Nederlandse ondergrondse van de benodigde apparatuur te voorzien. Het zijn hachelijke ondernemingen, waarbij zowel de woeste branding als de genadeloze bezetter hen fataal kunnen worden. Ze ontsnappen telkens de dans. Hun moed wordt beloond met een Militaire Willemsorde. De heldendaden blijven echter zonder succes. Als onderdeel van het Englandspiel pakt de Duitse bezetter gedropte agenten op en infiltreert met succes in het communicatiesysteem.

In 1942 zet Erik Hazelhoff Roelfzema zijn zinnen op een nieuwe uitdaging. Hij wil piloot worden. Er is een probleem. Zijn zicht is zeer pover. Hij zou geen enkele keuring doorkomen, zelfs niet in een tijdperk waarin men zit te springen om jonge, onvervaarde vliegeniers. “Het zegt veel over Erik hoe hij dat oploste”, vertelt Karin Hazelhoff Roelfzema. “Voor hem bestonden er geen problemen. Alles was een kwestie van het vinden van de juiste oplossing. Hij hield een brillenglas in de hand waarmee hij tijdens de keuring een oog moest afdekken en hobbelde er zo toch doorheen.” In weerwil van die beperking ontvouwt zich bij een elite-eenheid van de Royal Air Force een glansrijke loopbaan als piloot. Uiteindelijk zou hij betrokken zijn bij maar liefst 72 missies. “De piloten werden destijds ‘flyboys’ genoemd”, weet Karin Hazelhoff Roelfzema. “Het waren zelfverzekerde jongens, die de oorlog soms als een spannend avontuur zagen. Erik was heel anders. Hij wilde als piloot een bijdrage leveren aan de bevrijding van Nederland. Dat was zijn missie.”

 

Het contact met het koningshuis in ballingschap blijft warm. Op 23 april 1945 wordt hij aangesteld tot adjudant van koningin Wilhelmina. Luttele dagen later, op 2 mei 1945, begeleidt hij de majesteit en prinses Juliana tijdens hun terugkeer naar het bevrijde deel van Nederland. Op het vliegveld Gilze-Rijen keert ze definitief terug op vaderlandse bodem.

Na de capitulatie van de Duitsers heeft Erik Hazelhoff Roelfzema het gevoel dat zijn taak er op zit. Hij wordt door koningin Wilhelmina nog wel gevraagd om haar adjudant te blijven, maar voor die eer bedankt hij. In plaats daarvan aanvaardt hij een post als directeur van de Regerings Voorlichtings Dienst (R.V.D.) in Canada. Vervolgens probeert hij in Hollywood een bestaan op te bouwen als acteur en scenarioschrijver, maar slaagt daar niet in. Hij vindt wel emplooi als journalist bij de televisiezender NBC. In de jaren vijftig raakt hij ook betrokken bij Radio Free Europe, een in München gevestigde propaganda- zender van de Amerikanen. Het ironische toeval wil dat hij hier dient samen te werken met ene Joseph Schreieder. Deze was tijdens de oorlog in Nederland hoofd van de Sicherheitsdienst geweest. In die functie had hij ondermeer jacht gemaakt op Erik en zijn vrienden.

 

Na twee decennia getrouwd te zijn geweest met zijn Britse echtgenote Midge, met wie hij zijn zoon Erik jr. krijgt, scheidt Erik Hazelhoff Roelfzema en hertrouwt in 1968 met Karin Steensma. Ze zullen tot zijn dood in 2007 samen blijven. “Ik wist van zijn verleden”, vertelt zij. “Alleen was dat erg globaal. Erik liep niet te koop met zijn verdiensten. Zelf had ik tijdens de oorlog in Amerika gewoond. We hadden familie in Rotterdam. De tragiek van het bombardement in de meidagen van 1940 was mijn sterkste associatie met de oorlog.”

Eind jaren zestig zet Erik Hazelhoff Roelfzema zich tot het afmaken van iets waar hij vele jaren eerder mee begonnen is: het opschrijven van zijn herinneringen. “Erik was daar al kort na de oorlog mee begonnen. In wezen was hij boven alles een journalist. Hij deed dus verslag van alles wat hij meege- maakt had. In Nederland had hij allerlei archieven doorgespit en hij had uitgebreid gesproken met Loe de Jong. Het plan om er een boek van te maken, kwam dus veel later.

In de eerste jaren na de oorlog, was daar ook weinig belangstelling voor. Iedereen was blij dat de ellende achter de rug was. Alles stond in het teken van de toekomst.” Met het naderen van de viering van 25 jaar bevrijding, verandert die mentaliteit. De eerste boeken verschijnen. Er mag weer ge- sproken worden over de oorlog. Dus is er ook een uitgever die wel iets ziet in de memoires van Erik Hazelhoff Roelfzema. Die zien in 1970 het licht, eerst nog met de titel “Het Hol Van De Ratelslang”. Karin Hazelhoff Roelfzema: “Erik was sterk gekant tegen de oorlog in Vietnam. Hij wilde om die reden beslist geen titel met daarin een verwijzing naar het leger.”

De verkoop blijft steken op zo’n 30.000 stuks. Dat valt een tikje tegen. Er wordt besloten het boek opnieuw te lanceren, maar onder een andere titel. Alleen, welke? “Mijn familie had altijd een tegelfabriek in Friesland”, vertelt Karin Hazelhoff Roelfzema. “Juist in die periode ging ik er weer eens langs. Ik kwam terug met als aandenken een antiek tegeltje. Daarop prijkte een oranje soldaat. Soldaat van Oranje. Klonk dat niet perfect? Het werd de nieuwe titel van zijn boek. Toen ging het balletje pas rollen. Het is raar dat iets relatief kleins zo’n groot verschil kan betekenen.”Lachend: “Het is achteraf gezien ook niet zo raar dat een boek met een slang in de titel niet zo goed verkoopt. Daar staat tegenover dat het boek onder de nieuwe titel wel bijgedragen heeft aan het oranjegevoel in Nederland, wat in de jaren sindsdien alleen nog maar gegroeid lijkt te zijn.”

Erik Hazelhoff Roelfzema wordt gevraagd voor het dan veelbekeken praatprogramma van Willem Duys. Dat is het laatste zetje dat hij en zijn schepping nodig hebben. Soldaat van Oranje wordt een bestseller. De auteur zelf wordt, tegen wil en dank, de verpersoonlijking van het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij wordt bovendien de eerste auteur van een boek waarvan in Nederland meer dan een miljoen exemplaren verkocht worden.

Die status neemt mythische proporties aan wanneer in 1977 zijn boek verfilmd wordt door Paul Verhoeven. Rutger Hauer speelt de rol van Erik. De topcast bestaat verder uit ondermeer Belinda Meuldijk, Jeroen Krabbé, Rijk de Gooijer, Peter Faber en Derek de Lint. De film wordt overwegend positief ontvangen, maar is vooral een succes aan de kassa. In Nederland trekt het 1,5 miljoen bezoekers. In 2006 wordt de film na een enquête onder filmliefhebbers door filmnet.nl uitgeroepen tot beste Nederlandse film aller tijden. Eenzelfde waardering viel de filmmuziek van Rogier van Otterloo te beurt. “Erik moest lachen toen hij destijds benaderd werd voor die film”, weet Karin Hazelhoff Roelfzema nog. “Hij vond het een mal idee. Was zijn verhaal wel te verfilmen? Zat er bovendien iemand op te wachten? Inmiddels weten we wel beter. Toch moest hij opnieuw lachen toen de musical ter sprake kwam. Hij volgde de eerste voorbereidingen echter met belangstelling. Hij vertelde met plezier zijn verhaal aan de mensen die er mee aan de slag gingen.”

Erik Hazelhoff Roelfzema zal de première van Soldaat van Oranje – De Musical niet meemaken. Hij overlijdt in 2007, op 90-jarige leeftijd. Zijn verhaal leeft echter voort in deze musical. “Het draait daarin niet zozeer om hem zelf, maar om de veerkracht waarover mensen in soms heel zware omstandigheden blijken te beschikken. Wanneer hij onrecht zag, kwam hij in actie. Zonder te dralen. Hij was daarnaast een grenzeloze optimist. Het glas was bij hem altijd half vol. Zijn geloof in de mensheid was dan ook ongebroken. Hij was er heilig van overtuigd dat, als er weer een oorlog uit zou breken, er opnieuw jongeren zouden opstaan om te doen wat hij ooit deed.”